Fietsen in Groepen

Trainingen en Clubritten FTC Smallingerland.
De clubritten op de racefiets starten in maart: Maandagmiddag om 13.00 uur, maandagavond om 18.45 uur (na het begin van de zomertijd), donderdagmiddag om 13.00 uur, en vanaf april ook op zondagmorgen 09.00 uur.  De trainingstijden op de woensdagavond om 18.45 uur worden vanaf juli voortgezet als clubrit.

De trainingen starten eveneens in maart:
Eerst op de zaterdagmorgen om 10.00 uur (de laatste zaterdag in maart om 9.00 uur) en daarna op de woensdagavond om 18.45 uur.

Doelstelling.
FTC Smallingerland is een FietsToerClub. Het bestuur is er zich echter terdege van bewust dat er verschillen bestaan tussen de leden als we het hebben over "lekker fietsen". De één werkt toe naar een sportieve uitdaging, traint daar op zijn/haar manier ook voor, een ander wil op zijn/haar gemak langs vaderlands dreven fietsen. En daar tussenin zijn nog vele niveauverschillen te bedenken. Zie daar onze uitdaging een ieder lekker te laten fietsen, en bovendien "samen uit, samen thuis" te laten zijn.
Om dat te kunnen bereiken, fietsen we in niveaugroepen, gerelateerd naar kruissnelheid. Genoemde snelheden gelden voor racefiets tochten. De groepsindeling wordt ook bij veldritten en ATB-toertochten gehanteerd, maar dan met aangepaste snelheden. We komen zo tot de volgende niveaugroepen:                                                                                

  • Groep A: kruissnelheid 30 km of hoger.
  • Groep B: kruissnelheid max. 30 km.  
  • Groep C: kruissnelheid max. 28 km. 
  • Groep D kruissnelheid max. 25 km

De eerst vertrekkende groep zal dus een hogere kruissnelheid aanhouden dan de tweede groep en die op zijn beurt eventueel weer een hogere kruissnelheid dan een derde groep.
Onder kruissnelheid wordt verstaan, die snelheid die je gedurende lange tijd kunt volhouden, ook als je op kop van de groep fietst(dit is dus iets anders dan de maximum snelheid die je kunt fietsen).

Bij de start is iemand aanwezig die de leiding neemt, voor de verdeling in groepen zorgt en als wegkapitein optreedt. Hij/zij zal eveneens voor de andere groep(en) een wegkapitein aanwijzen. De wegkapitein ziet tijdens de rit toe op onderstaande " Afspraken bij trainingsritten en clubritten, veiligheid en gedragsregels", maar de verantwoordelijkheid ligt natuurlijk bij jezelf, in het belang van de groep.

  • Bij aanvang van iedere trainingsrit of clubrit wordt dus duidelijk afgesproken in welke groep je van start gaat en weet je wat je mag verwachten. Het is echter niet slechts aan de leiding, maar vooral ook de verantwoordelijkheid van de individuele fietser om zicht te hebben op eigen willen en kunnen. Volg daarom vanaf het begin van het seizoen ook de trainingen, en sluit je aan bij de groep die bij je past.  

Het bestuur nodigt daarom uitdrukkelijk een ieder uit om op alle trainingen en clubritten te komen. De gedachte: "Ik ga maar niet, want er zal wel te snel/ te langzaam worden gereden", is een slechte raadgever. Onze insteek moet duidelijk zijn: We willen een ieder een groep bieden waarin je tot je recht komt. Het ligt voor de hand dat er vooral bij een goede opkomst volwaardige groepen zullen kunnen worden geformeerd!

Afspraken bij trainingsritten en clubritten, veiligheid en gedragsregels.
Tijdens onze ritten worden de volgende afspraken en gedragsregels toegepast. Veiligheid en duidelijkheid vinden we erg belangrijk. Deze regels zijn van toepassing op al onze trainingstochten en clubritten.

Groepen en snelheden:

  • De groepen houden zich aan de afgesproken kruissnelheden.
  • Afhankelijk van de weersomstandigheden kan hiervan naar boven of naar beneden worden afgeweken.
  • Binnen de bebouwde kom wordt niet harder dan 25 km/u gereden. De wegkapitein is hiervoor verantwoordelijk.
  • Indien snellere rijders met een langzamere groep meerijden, dienen ze zich aan te passen aan de afgesproken snelheid van deze groep.
  • Het principe "samen uit samen thuis" blijft bepalend en leidend voor iedere groep.  
  • Veilig rijgedrag is bepalend voor alle groepen onder alle omstandigheden.  
  • Indien een persoon het tempo in de groep niet kan volgen wordt door de groep iemand of meerdere personen aan betreffende persoon toegewezen om samen de weg te vervolgen. De wegkapitein is hiervoor verantwoordelijk en regelt dit.  
  • Er mogen nooit één of meerdere personen die het tempo niet kunnen volgen, worden achtergelaten door de groep zonder dat hierover uitdrukkelijk afspraken zijn gemaakt!  

Leiding:
Elke groep heeft een leider, wegkapitein genaamd. De wegkapitein bepaalt de route, geeft tijdig en duidelijk de richting aan (aan de voorrijders) en draagt zorg voor het bijeen houden van de groep. Bij een grote groep fietsers kan hij/zij iemand aanwijzen om in de staart van de groep te fietsen.

Veiligheid en gedragsregels:

  • Het dragen van een fietshelm is VERPLICHT!  
  • De voorrijders bepalen het tempo op aangeven van de wegkapitein.  
  • De voorrijders geven duidelijk en tijdig de richting aan.  
  • De gehele groep houdt zich aan de verkeersregels.  
  • Geef op smalle wegen auto's de gelegenheid te passeren.  
  • Dus achter elkaar fietsen. Komt de auto van achteren dan ritsen naar voren, komt deze van voren dan ritsen naar achteren. 
  • Tijdens het fietsen de handen bij de remmen. Hierdoor kun je indien nodig sneller reageren. Natuurlijk ALTIJD DE HANDEN AAN HET STUUR.  
  • Blijf beleefd tegen medeweggebruikers.  
  • Bij ongemak, zoals bijvoorbeeld een lekke band, stopt de hele groep en wacht tot er weer gestart kan worden. Zorg dat je op een veilige plaats staat.  
  • Het aflossen geschiedt tegen de klokrichting in, op aangeven van de wegkapitein.  
  • Deze blijft op de tweede plaats aan de buitenkant. Hij/zij laat ruimte aan de binnenkant voor de afvaller.  
  • De volgende signalen worden gebruikt en moeten in het peloton worden doorgegeven:
  • Stoppen: de voorrijders geven een stopteken met de arm (arm omhoog en stil) en roepen
  • Vrij: de voorrijders geven een oprijteken met de arm (arm omhoog en voorwaartse beweging maken) en roepen
  • Linksaf: de voorrijders geven tijdig de richting aan met de arm (arm naar links uitsteken) en roepen LINKS.  
  • Rechtsaf: de voorrijders geven tijdig de richting aan met de arm (arm naar rechts uitsteken) en roepen RECHTS
  • Bij onoverzichtelijke kruisingen of splitsingen rechtdoor, geen armsignaal maar roepen
  • Auto of obstakel RECHTS van de weg: de voorrijders geven met hun rechterarm aan dat je ruimte moet maken (arm naar achteren en teken met hand naar links) en roepen VOOR.  
  • Auto of obstakel LINKS van de weg: de voorrijders geven met hun linkerarm aan dat je ruimte moet maken (arm naar achteren en teken met hand naar rechts) en roepen
  • Obstakels op de weg (paaltjes, gaten, takken, grint, modder, enz.): de voorrijders geven met linker- of rechterarm aan dat je ruimte moet maken (arm naar beneden en met hand zwaaiende beweging heen en weer) en roepen PAALTJE / PAS OP.
  • Auto komt van achteren: de achterste rijders roepen AUTO ACHTER.
  • Pech of lek: als het je overkomt of je ziet het van een ander, roep je PECH / LEK. Doorrijden naar een veilige plek bijvoorbeeld inrit of berm.  
  • Bij twijfel: Altijd langzaam doorrijden, niet abrupt naar links of rechts.  
  • Remmen: nooit plotseling remmen, alleen in noodgevallen.  

In de berm: NOOIT proberen terug te sturen maar zachtjes afremmen en pas bij stilstand weer op de weg komen wanneer dit kan.